In memoriam emeritus VU-hoogleraar Harry Kuitert (1924-2017)

Harry Kuitert zal ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als de man van de oneliner dat ‘alle spreken van Boven van beneden komt'

11-09-2017 | 16:08

Door Martien E. Brinkman

Harry Kuitert zal ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als de man van de oneliner dat ‘alle spreken van Boven van beneden komt, ook de uitspraak dat iets van Boven komt.’ Die zin uit zijn bestseller Zonder geloof vaart niemand wel (1974) is vaak uitgelegd alsof hij daarmee zei dat er eigenlijk geen Boven bestaat. Zelf zei hij in een interview in 2006 hierover: ‘Ik doe geen uitspraak over God, maar over ons spreken over God en van dat laatste zeg ik: dat is mensenwerk.’  

Over God kunnen we alleen maar mensvormig (antropomorf) spreken, zo luidde in 1962 al zijn conclusie in zijn proefschrift over De mensvormigheid Gods. In wezen zat in dat proefschrift al zijn hele latere theologie. Pas dertig jaar later zou hij die uitwerken. Dat dat zo lang duurde, had zo zijn redenen. Toen in 1972 de hoogleraar dogmatiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, hoogleraar G.C Berkouwer, met emeritaat ging, had het voor velen in de lijn der verwachting gelegen dat hij  zijn opvolger zou worden. Dat gebeurde niet. 

Hij bleef hoogleraar ethiek, aangevuld met het vakje ‘Inleiding in de dogmatiek’. Onder de studenten - waartoe ik zelf ook behoorde - werd er toen veel gespeculeerd over het waarom van het passeren van Kuitert. Waarschijnlijk vond men hem iets te voortvarend. Pas na zijn emeritaat, toen hij zijn handen vrij had, wijdde hij zich weer volledig aan zijn oude liefde: de dogmatiek. Al in 1992, drie jaar na zijn emeritaat, verscheen zijn bestseller Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Een herziening. Het was in een notendop een complete dogmatiek van driehonderd bladzijden.

170911 Harry Kuitert IM Nieuwsbericht

In het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw leek zijn denken in een stroomversnelling te zijn geraakt. Het ene boek na het andere rolt van de pers. God zelf, niet alleen het spreken over Hem, staat nu ook ter discussie.  ‘Eerst waren er mensen en toen pas God’, is nu zijn centrale stelling. Daarmee bedoelde hij te zeggen, dat iets pas echt bestaat, als we er woorden voor gevonden hebben. Dat paste hij ook toe op God.

In het boek Alles behalve kennis (2011) is zijn uitgangspunt dat kennis slaat op wat (zichtbaar) bestaat. Alle andere ‘kennis’ acht hij geen echte kennis, maar product van fictie, fantasie of verbeelding. Op grond daarvan noemt hij Godskennis nu met een woordspeling ‘alles behalve kennis’. Onze wegen gingen daarover uiteen. Ze kwamen meestal weer bij elkaar als we het over onze favoriete dichters hadden en dan viel vroeg of laat altijd de naam van Achterberg. Met woorden van hem besluit ik dan ook dit in memoriam:

‘Ik kan alleen woorden ontmoeten, u niet meer.
Maar hiermee houdt het groeten aan, zozeer,
dat ik wel moet geloven, dat gij luistert;
zoals ik omgekeerd uw stilte in mij hoor.’


Martien Brinkman is emeritus-hoogleraar Interculturele Theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij promoveerde in 1979 bij Harry Kuitert.